Haar Eerste les.

Haar eerste les.

Het is 18.15. Door het raam van de wachtruimte zie ik hen aankomen.

Het meisje wijkt niet van mama’s zijde. Haar knuistje stevig in de volwassen hand. Als zij ‘in’ haar mama kon kruipen had zij het vast gedaan.

Bijzonder, zo’n kind dat dolgraag op toneel wil. Al een half jaar wacht, totdat zij eindelijk naar groep drie mag, want dan pas kan zij bij DraMarij. En nu lijkt het dat zij liever mee terug naar huis gaat.

“Hallo Pleun, ik ben Marij, van DraMarij. Ik hoorde van mama dat jij al heel lang op toneel wil. Gezellig dat je er bent.” Pleun, kruipt achter mama’s rug en ik praat even verder met mama.

De groep komt joelend en rennend binnen. Straks maar een pittige warming-up geven. We starten in de kring en iedereen is redelijk snel rustig. Ik stel Pleun en haar mama voor en vraag Pleun of zij ook bij ons in de kring wil komen staan. Nu blijkt dat Anouk, die later binnen kwam, haar vriendinnetje en tevens klasgenootje is. Naast Anouk, kiest zij haar veilige plekje. Nog wel met haar ogen naar de grond.

Voorstelrondje

Wanneer er een nieuw kind komt kijken, beginnen we altijd met een voorstelrondje. Je maakt een speciale beweging of neemt een mooie houding aan in de kring en zegt je naam. Het maakt niet uit hoe. Hoe gekker hoe liever. De groep doet deze daarna tegelijk na.

Als Pleun aan de beurt is krimpt zij helemaal in elkaar. Ik vraag haar of zij misschien alleen haar naam wil zeggen, maar ook dat is een nee. Of wil je misschien samen met Anouk, dat mag, maar moet niet, is mijn laatste poging. En jawel, schoorvoetend weliswaar, doet zij het toch maar even

De rest van de les doet zij aan bijna alle speloefeningen mee. Aangezien bij DraMarij, spelplezier boven alles gaat, is ook dat prima. Het enige wat ik kan doen, is stimuleren en moeder kijkt haar ogen uit. “Dat zij dat durft?” “Ja, leuk hè, zo gaat het heel vaak.”

Vier jaar later

Vele kinderen zijn intussen de revue gepasseerd. Velen ook als Pleun. Het komische is echter dat Pleun, steeds als er een verlegen kind binnen komt, super trots, haar woordje klaar heeft.

“Kijk”, zegt zij dan, terwijl zij haar kin tegen haar borst duwt, ogen naar de grond en schouders gebogen. “Zo liep ik in het begin. Ik wilde ook een heel klein rolletje en fluisterde altijd. Nu moet Marij heel vaak zeggen, mag het iets zachter, Pleun? En ik wil alleen nog maar grote rollen. Maar ja, dat kan natuurlijk niet altijd.”

Tja, ik hoop dat er nog vele Pleuntjes volgen.